• $3.99

Publisher Description

Aankomst der beide Dichters op het andere Halfrond; ontmoeting met Cato van Utica, die hun de eerste voorschriften geeft.


1 Om koers te zetten over beter water, hijscht nu het scheepje van mijn ingeborenheid de zeilen, dat zóó gruwbare zee achter zich laat: 4 en zingen zal ik van dat tweede Rijk, waar de menschelijke geest zich loutert, en waardig wordt om naar den Hemel te stijgen.


7 Maar hier herrijze de doode Dichtkunst, o heilige Muzen, daar ik de Uwe ben, en dat Calliope hier een weinig hooger trede, 10 mijnen zang volgende met dat geluid, van het welk de rampzalige Eksteren den slag zóódanig gevoelen, dat zij aan vergiffenis moesten wanhopen.


13 Zoete kleur van oostelijk saffier, die zich gaarde in den wolkloozen aanblik van de zuivere lucht tot aan den eersten kring, 16 herbegon geneugt voor mijne oogen, zoodra ik naar buiten trad uit de doode lucht, die mij de oogen en de borst had bedroefd.


19 De schoone planeet, die tot minnen troost, deed het gansche Oosten glimlachen, verhullende de visschen, die in haren sleep gingen.


22 Ik wendde mij ter rechter hand, en richtte mijnen geest op de andere pool, en ik zag vier starren nimmer gezien, uitgezeid aan de eerste menschen.


25 De hemel scheen zich te verheugen in hunne vlammetjes. O noordelijke verweeuwde streek, daar gij verstoken zijt van die te bewonderen!


28 Toen ik mij van hunnen aanblik had losgemaakt, mij een weinig wendend naar de andere pool, daar waar de Wagen reeds verdwenen was,


31 zag ik dicht bij mij eenen oude alleen, zóó grooten eerbied in zijnen aanblik waardig, dat niet meerderen eenig zoon zijnen vader verschuldigd is.


34 Den baard droeg hij lang en met witte haren ondermengd, gelijkende op zijne lokken, van welke op zijne borst een dubbele lijst afhing.


37 De stralen der heilige vier lichten verluisterden zóó zijn aangezicht met licht, dat ik het zag alsof de Zon hem te voren ware.


40 „Wie zijt gij, die tegen den blinden stroom op den eeuwigen kerker zijt ontvlucht?” zeide hij, bewegende dat eerwaarde pluimaadje:


43 „wie heeft u geleid? Of wie was u een lamp, daar gij uitgingt buiten den duistren nacht, die altijd de vallei der onderwereld verdonkert?


46 Zijn de wetten des afgronds aldus verbroken? Of is men in den Hemel tot nieuw beleid veraêrd, dat gij, die veroordeeld zijt, komt tot mijne rotsen?” 49 Toen greep de Gids mij aan, en met woorden, handen en gebaarden, maakte hij mij de knieën en de wenkbrauw eerbiedbetuigend. 


52 Voorts antwoordde hij hem: „Niet uit mij zelven ben ik gekomen; eene vrouw daalde neder uit den Hemel, door wier gebeden ik dezen met mijn gezelschap ter hulpe kwam.

GENRE
Fiction & Literature
RELEASED
2009
July 29
LANGUAGE
NL
Dutch
LENGTH
588
Pages
PUBLISHER
Library of Alexandria
SELLER
The Library of Alexandria
SIZE
661.7
KB

More Books by Dante Alighieri